Ondernemersschade bij groeiende ondernemingen: wat als het bedrijf aantoonbaar in de lift zat vóór het ongeval?

Een ondernemer die letselschade oploopt, kan niet alleen persoonlijk zwaar worden geraakt. Ook het bedrijf kan direct de gevolgen voelen. Zeker bij een onderneming die vóór het ongeval aantoonbaar groeide, kan de schade aanzienlijk zijn. De ondernemer mist niet alleen omzet of winst op korte termijn, maar mogelijk ook de groei die zonder ongeval waarschijnlijk zou zijn doorgezet.
Dat maakt ondernemersschade bij letselschade vaak complex. Bij een werknemer is het inkomensverlies meestal af te leiden uit loonstroken, arbeidsovereenkomst en carrièreperspectief. Bij een ondernemer ligt dat anders. De inkomsten kunnen per maand of per jaar sterk verschillen. Bovendien is de schade niet altijd zichtbaar in één gemiste factuur of één weggevallen opdracht. Soms gaat het om groeikansen, investeringen, uitbreiding van personeel, nieuwe klanten of een stijgende winstontwikkeling die door het ongeval wordt doorkruist.
Wat is ondernemersschade bij letselschade?
Ondernemersschade is de financiële schade die een zelfstandig ondernemer lijdt doordat hij of zij door letsel niet meer volledig kan werken. Dat kan gaan om een zzp’er, eigenaar van een eenmanszaak, vennoot in een vof, maat in een maatschap of directeur-grootaandeelhouder van een bv.
Na een ongeval kan de ondernemer tijdelijk of blijvend minder inzetbaar zijn. Daardoor kan omzet wegvallen, winst dalen of groei stagneren. Ook kunnen extra kosten ontstaan, bijvoorbeeld voor vervangend personeel, freelancers, uitbesteed werk, administratieve ondersteuning of aanpassingen binnen het bedrijf.
De centrale vraag is steeds: hoe zou de onderneming zich waarschijnlijk hebben ontwikkeld als het ongeval niet had plaatsgevonden? Dat wordt vergeleken met de werkelijke situatie na het ongeval.
Het verschil tussen omzetverlies en winstverlies
Bij ondernemersschade wordt vaak eerst gekeken naar omzetverlies. Toch is omzet niet hetzelfde als schade. Een onderneming kan minder omzet draaien, maar ook minder kosten maken. Omgekeerd kan de omzet op peil blijven terwijl de winst daalt, bijvoorbeeld doordat extra personeel moet worden ingehuurd om de werkzaamheden van de ondernemer op te vangen.
Daarom gaat het uiteindelijk vooral om verlies van winst of verlies van verdienvermogen. De vraag is welk inkomen de ondernemer zonder ongeval uit de onderneming had kunnen halen en welk inkomen na het ongeval nog mogelijk is.
Bij een groeiende onderneming is die berekening extra belangrijk. Als alleen wordt gekeken naar de cijfers van het jaar vóór het ongeval, kan de schade te laag worden ingeschat. Een bedrijf dat aantoonbaar groeide, had zonder ongeval mogelijk een veel hogere omzet en winst behaald in de jaren daarna.
Wat als het bedrijf vóór het ongeval in de lift zat?
Een onderneming kan om verschillende redenen aantoonbaar in de lift zitten. Er kan sprake zijn van een stijgende omzet, een groeiend klantenbestand, hogere winstmarges, nieuwe contracten, terugkerende opdrachten, uitbreiding van personeel, nieuwe vestigingen of een duidelijke marktpositie.
Als die groei vóór het ongeval al zichtbaar was, moet daarmee rekening worden gehouden bij de schadebegroting. Het uitgangspunt is namelijk dat het slachtoffer zoveel mogelijk financieel moet worden gebracht in de situatie waarin hij of zij zonder ongeval zou hebben verkeerd.
Dat betekent dat niet alleen het verleden telt, maar ook de redelijke toekomstverwachting. Bij een groeiende onderneming kan die toekomstverwachting gunstiger zijn dan het gemiddelde resultaat over eerdere jaren.
Voorbeeld: groeiende zzp-praktijk
Stel dat een zelfstandig adviseur drie jaar geleden is gestart. In het eerste jaar bedroeg de winst 35.000 euro, in het tweede jaar 60.000 euro en in het derde jaar 90.000 euro. Kort daarna raakt de ondernemer betrokken bij een verkeersongeval en kan hij nog maar beperkt werken.
Als bij de schadeberekening alleen het gemiddelde van de afgelopen drie jaren wordt genomen, komt men uit op 61.666 euro per jaar. Maar dat gemiddelde doet mogelijk geen recht aan de werkelijke ontwikkeling. De onderneming zat duidelijk in de groei. Zonder ongeval was het dus goed mogelijk dat de winst verder zou zijn gestegen of in ieder geval rond het niveau van het derde jaar zou zijn gebleven.
In zo’n situatie moet worden onderzocht welke ontwikkeling zonder ongeval realistisch was geweest. Dat vraagt om een bredere analyse dan alleen het middelen van oude jaarcijfers.
Welke informatie is nodig om groei aan te tonen?
Wie stelt dat de onderneming vóór het ongeval groeide, moet dat goed kunnen onderbouwen. Daarbij kunnen verschillende stukken van belang zijn:
- jaarrekeningen en winst-en-verliesrekeningen;
- btw-aangiften;
- aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting;
- bankafschriften;
- orderportefeuille;
- offertes en opdrachtbevestigingen;
- lopende contracten;
- klantenlijsten en terugkerende opdrachten;
- agenda’s en projectplanningen;
- marketinggegevens;
- brancheontwikkelingen;
- verklaringen van opdrachtgevers;
- gegevens over personeel, inhuur of uitbreiding;
- businessplan of investeringsplan.
Hoe concreter de groeiverwachting wordt onderbouwd, hoe sterker de positie van de ondernemer in de schaderegeling. Een algemeen optimistisch toekomstbeeld is meestal onvoldoende. Er moet aannemelijk worden gemaakt dat de groei ook zonder ongeval daadwerkelijk te verwachten was.
De rol van de boekhouder, accountant en rekenkundige
Bij ondernemersschade is financiële onderbouwing essentieel. De boekhouder of accountant kan helpen om de historische cijfers inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het niet alleen om omzet en winst, maar ook om kostenstructuur, marges, investeringen, afschrijvingen en privéonttrekkingen.
In complexere zaken wordt vaak een bedrijfseconomisch deskundige of rekenkundige ingeschakeld. Die kan een vergelijking maken tussen de hypothetische situatie zonder ongeval en de feitelijke situatie met ongeval. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van de onderneming, de branche, de markt, de arbeidsinzet van de ondernemer en de invloed van eventuele andere factoren.
Die deskundige analyse is belangrijk, omdat verzekeraars bij ondernemersschade vaak kritisch kijken naar groeiprognoses. Niet iedere gemiste kans leidt automatisch tot schadevergoeding. De verwachte groei moet realistisch, controleerbaar en voldoende aannemelijk zijn.
Extra kosten om de onderneming draaiende te houden
Een ondernemer die door letsel uitvalt, probeert vaak te voorkomen dat het bedrijf stilvalt. Dat kan door werkzaamheden uit te besteden of tijdelijk iemand in te huren. Die kosten kunnen onderdeel zijn van de letselschade.
Denk aan:
- inhuur van freelancers;
- extra personeelskosten;
- overwerk van medewerkers;
- vervanging van de ondernemer;
- uitbesteding van administratie, planning of klantcontact;
- kosten van een interim-manager;
- kosten voor aanpassing van werkzaamheden;
- extra marketingkosten om omzetverlies te beperken.
Deze kosten kunnen redelijk zijn als zij worden gemaakt om de schade te beperken. Een ondernemer heeft namelijk ook een schadebeperkingsplicht. Dat betekent dat hij of zij redelijke maatregelen moet nemen om verdere schade te voorkomen. Tegelijk mogen die maatregelen niet tot gevolg hebben dat de ondernemer zelf met de rekening blijft zitten als de kosten het gevolg zijn van het ongeval.
Winst op peil, maar toch schade
Bij groeiende ondernemingen komt het regelmatig voor dat de omzet of winst na het ongeval op het eerste gezicht redelijk op peil blijft. Dat betekent niet automatisch dat er geen schade is. Het kan zijn dat de ondernemer veel harder heeft moeten werken dan medisch verantwoord was. Ook kan het zijn dat familieleden, personeel of ingehuurde krachten extra werk hebben verricht.
Daarnaast kan sprake zijn van gemiste groei. De onderneming blijft dan wel bestaan, maar groeit minder snel dan zonder ongeval waarschijnlijk was gebeurd. In de cijfers is dan niet altijd een duidelijke daling te zien. De schade zit juist in het verschil tussen de werkelijke ontwikkeling en de verwachte ontwikkeling zonder ongeval.
Voorbeeld: omzet blijft gelijk, groei valt weg
Een ondernemer had vóór het ongeval drie grote nieuwe opdrachtgevers binnengehaald en was van plan personeel aan te nemen. Door het ongeval lukt het niet om die opdrachten volledig uit te voeren. De bestaande omzet blijft nog enige tijd op niveau, maar uitbreiding blijft uit. Nieuwe klanten haken af en de ondernemer kan geen vervolgopdrachten aannemen.
In zo’n geval kan de schade bestaan uit gemiste winstgroei. Dat vereist wel een zorgvuldige onderbouwing van de opdrachten, de verwachte marges en de capaciteit die zonder ongeval beschikbaar zou zijn geweest.
Arbeidsongeschiktheid en ondernemersinkomen
Bij ondernemers is het inkomen vaak direct verbonden met de eigen arbeidsinzet. Als de ondernemer minder kan werken, kan dat onmiddellijk gevolgen hebben voor omzet en winst. Maar er zijn ook ondernemingen waarin het resultaat minder afhankelijk is van de dagelijkse inzet van de ondernemer, bijvoorbeeld omdat personeel een groot deel van de werkzaamheden uitvoert.
Daarom moet worden onderzocht welke rol de ondernemer precies had. Was hij of zij vooral uitvoerend werkzaam? Was de ondernemer verantwoordelijk voor acquisitie, klantrelaties en strategie? Of draaide het bedrijf grotendeels zelfstandig door?
Bij een groeiende onderneming is de persoonlijke inzet van de ondernemer vaak cruciaal. De ondernemer is degene die klanten binnenhaalt, kwaliteit bewaakt, personeel aanstuurt en kansen benut. Als die inzet door letsel wegvalt, kan dat de groei direct afremmen.
Discussie met de verzekeraar
Verzekeraars betwisten ondernemersschade regelmatig. Dat komt doordat de schade vaak minder eenvoudig is vast te stellen dan bij loonverlies. Er kan discussie ontstaan over de vraag of omzetdaling door het ongeval komt of door andere omstandigheden, zoals marktomstandigheden, seizoensinvloeden, personeelstekort, economische ontwikkelingen of ondernemersrisico.
Ook kan discussie ontstaan over de redelijkheid van groeiprognoses. De verzekeraar kan stellen dat toekomstige groei onzeker was. De ondernemer zal dan moeten laten zien dat de groei al vóór het ongeval concreet zichtbaar was.
Een goede belangenbehartiger zorgt ervoor dat de schade niet te beperkt wordt benaderd. Niet alleen de cijfers ná het ongeval zijn relevant, maar ook de ontwikkeling die zonder ongeval aannemelijk was geweest.
Schadeberekening: vergelijking tussen twee situaties
Bij letselschade wordt schade meestal berekend door twee situaties met elkaar te vergelijken:
- de situatie zoals die waarschijnlijk zou zijn geweest zonder ongeval;
- de werkelijke situatie na het ongeval.
Voor ondernemers betekent dit dat een reële prognose moet worden gemaakt van de bedrijfsontwikkeling zonder ongeval. Daarna wordt gekeken naar de feitelijke resultaten na het ongeval. Het verschil vormt de basis voor de schadeberekening.
Bij een groeiende onderneming kan de situatie zonder ongeval bestaan uit verdere omzetgroei, hogere winst, uitbreiding van personeel of een grotere marktpositie. Die hypothetische ontwikkeling hoeft niet met absolute zekerheid vast te staan, maar moet wel voldoende aannemelijk zijn.
Toekomstschade bij blijvende beperkingen
Als de ondernemer blijvende beperkingen houdt, kan sprake zijn van toekomstige ondernemersschade. Dan moet worden berekend wat de ondernemer over een langere periode aan inkomen of winstcapaciteit mist. Dat kan doorlopen tot aan de verwachte pensioenleeftijd of tot een andere redelijke einddatum.
Daarbij spelen verschillende vragen een rol. Hoe lang zou de ondernemer zonder ongeval zijn blijven werken? Zou de onderneming zijn gegroeid, verkocht of overgedragen? Was uitbreiding voorzien? Welke rol had de ondernemer in de toekomst willen vervullen? En welk inkomen kan met de beperkingen nog worden verdiend?
Deze vragen zijn vaak lastig, maar mogen niet worden overgeslagen. Juist bij ondernemers met een groeiend bedrijf kan de toekomstschade een groot deel van de totale schade vormen.
Belang van gespecialiseerde hulp
Ondernemersschade vraagt om specifieke kennis. Het gaat niet alleen om letselschaderecht, maar ook om ondernemingscijfers, fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid, re-integratie, bedrijfseconomische prognoses en schadeberekening.
Voor ondernemers is het daarom verstandig om een gespecialiseerde belangenbehartiger in te schakelen. Bij voorkeur iemand met ervaring in complexe letselschadezaken en ondernemersschade, zoals een letselschadeadvocaat of een NIVRE-expert bij een kantoor met het Nationaal Keurmerk Letselschade.
Een deskundige belangenbehartiger kan helpen bij het verzamelen van bewijs, het inschakelen van de juiste experts en het voeren van overleg met de verzekeraar. Dat is vooral belangrijk wanneer het bedrijf vóór het ongeval aantoonbaar groeide en de schade dus niet goed kan worden vastgesteld aan de hand van alleen historische gemiddelden.
Conclusie: groei moet meetellen bij de schadevergoeding
Als een ondernemer letselschade oploopt terwijl het bedrijf aantoonbaar in de lift zat, moet die groei worden meegenomen in de schadeberekening. Het gaat niet alleen om de omzet of winst die al is weggevallen, maar ook om de ontwikkeling die zonder ongeval waarschijnlijk zou hebben plaatsgevonden.
Daarvoor is een goede onderbouwing nodig. Jaarcijfers, contracten, opdrachten, offertes, klantgroei en branchegegevens kunnen helpen om aannemelijk te maken dat de onderneming daadwerkelijk groeide. Hoe sterker die onderbouwing, hoe groter de kans dat de gemiste groei wordt meegenomen in de schadevergoeding.
Ondernemersschade is maatwerk. Zeker bij een groeiende onderneming is het belangrijk om niet te snel genoegen te nemen met een eenvoudige berekening op basis van oude gemiddelden. De schade moet aansluiten bij de werkelijke toekomst die door het ongeval is verstoord.
Wij helpen jou snel.
Wij nemen op werkdagen altijd binnen 24 uur contact met jou op. Echter begrijpen wij dat jij op zoek bent naar zekerheid in deze onzekere periode. Neem gerust contact met ons op via één van onderstaande mogelijkheden.
Wij staan voor jou klaar.
