Compensatie van verlies van verdienvermogen bij zelfstandigen na letselschade

Luna Frieser
27.08.2026
9
minuten lezen

Voor zelfstandigen kan letselschade direct grote financiële gevolgen hebben. Wie als zzp’er, directeur-grootaandeelhouder, vennoot of eigenaar van een eenmanszaak tijdelijk of blijvend minder kan werken, verliest vaak niet alleen inkomen, maar ook ondernemingskracht. De vraag is dan: welk bedrag had de ondernemer zonder ongeval kunnen verdienen, en welk bedrag kan hij of zij na het ongeval nog verdienen? Het verschil daartussen vormt de basis voor de schadepost verlies van verdienvermogen.

Bij werknemers is deze schade vaak relatief overzichtelijk: er is een loonstrook, een arbeidsovereenkomst en meestal een duidelijk bruto- en nettoloon. Bij zelfstandigen ligt dat ingewikkelder. Hun inkomen wisselt per jaar, hangt af van opdrachten, bedrijfsresultaten, fiscale keuzes, investeringen, arbeidsinzet en marktontwikkelingen. Juist daarom vraagt de berekening van verlies van verdienvermogen bij ondernemers om specialistische kennis.

Wat is verlies van verdienvermogen?

Verlies van verdienvermogen is de schade die ontstaat doordat iemand door letsel minder inkomsten kan verwerven dan zonder ongeval het geval zou zijn geweest. Het gaat dus niet alleen om gemiste omzet of gemiste winst in de eerste maanden na het ongeval. Ook toekomstige schade telt mee.

Bij een zelfstandige wordt gekeken naar twee situaties. De eerste is de hypothetische situatie zonder ongeval: hoe zou het bedrijf en het inkomen zich waarschijnlijk hebben ontwikkeld als het ongeval niet had plaatsgevonden? De tweede is de werkelijke situatie na het ongeval: wat verdient de ondernemer nog, welke werkzaamheden zijn nog mogelijk en wat is de verwachting voor de toekomst?

De schade is het verschil tussen deze twee inkomensscenario’s. Daarbij wordt meestal gekeken naar netto besteedbaar inkomen, omdat het uiteindelijk gaat om het bedrag dat de benadeelde privé beschikbaar zou hebben gehad.

Waarom is de berekening bij zelfstandigen complex?

Bij ondernemers loopt privévermogen, bedrijfsvermogen, winst, omzet en fiscale optimalisatie soms door elkaar. Een lagere winst betekent niet altijd automatisch minder verdienvermogen. Andersom kan een onderneming op papier winstgevend lijken, terwijl de ondernemer door het ongeval structureel minder arbeidsvermogen heeft.

Een paar voorbeelden:

  • Een zzp’er kan tijdelijk opdrachten verliezen en daarna moeite hebben om weer in hetzelfde netwerk terug te keren.
  • Een directeur-grootaandeelhouder kan zichzelf een lager salaris uitkeren, terwijl de vennootschap nog winst maakt.
  • Een vennoot in een vof kan minder uren maken, terwijl andere vennoten tijdelijk extra werk opvangen.
  • Een eigenaar van een eenmanszaak kan omzet behouden door personeel, familie of ingehuurde krachten in te zetten, maar maakt daardoor extra kosten.

Daarom moet niet alleen naar de jaarrekening worden gekeken, maar ook naar de onderneming achter de cijfers. Welke rol speelde de ondernemer zelf? Was de omzet afhankelijk van persoonlijke arbeid? Was er groeipotentie? Waren er concrete uitbreidingsplannen? En zijn er kosten gemaakt om het wegvallen van arbeidskracht op te vangen?

Hoe bereken je verlies van verdienvermogen bij een zzp’er?

Bij een zzp’er draait de onderneming meestal sterk op persoonlijke arbeid. Denk aan een bouwvakker, consultant, fysiotherapeut, fotograaf, tekstschrijver, rijinstructeur of IT-specialist. Als de zzp’er minder uren kan werken, geen fysieke werkzaamheden meer kan uitvoeren of minder belastbaar is, heeft dat vaak direct effect op de omzet.

De berekening begint meestal met het vaststellen van het normale inkomen vóór het ongeval. Daarbij wordt gekeken naar meerdere jaren, omdat het inkomen van een zelfstandige kan schommelen. Vaak worden de jaarrekeningen, aangiften inkomstenbelasting, btw-aangiften, bankafschriften, opdrachtbevestigingen en agenda’s bekeken.

Daarna wordt beoordeeld hoe de onderneming zich zonder ongeval waarschijnlijk had ontwikkeld. Was er sprake van stabiele omzet? Zat de ondernemer in een groeifase? Waren er nieuwe opdrachten toegezegd? Was er sprake van seizoenswerk of juist structurele uitbreiding?

Vervolgens wordt vastgesteld wat de zzp’er na het ongeval nog kan verdienen. Daarbij spelen medische beperkingen, urenbeperking, omscholing, re-integratiemogelijkheden en eventueel aangepast werk een rol. Ook wordt gekeken of de zzp’er schade kan beperken, bijvoorbeeld door taken anders te organiseren of bepaalde werkzaamheden uit te besteden. Die schadebeperkingsplicht gaat echter niet zover dat van een benadeelde onredelijke investeringen of onhaalbare bedrijfsaanpassingen mogen worden verwacht.

De schade bestaat dan uit het verschil tussen de verwachte winst uit onderneming zonder ongeval en de werkelijke of verwachte winst na ongeval, gecorrigeerd voor belastingen, premies, bespaarde kosten en eventueel extra kosten.

Hoe werkt dat bij een directeur-grootaandeelhouder?

Bij een directeur-grootaandeelhouder, meestal afgekort als dga, is de berekening nog ingewikkelder. De dga ontvangt vaak salaris uit de eigen bv, maar kan daarnaast winst in de vennootschap laten zitten of dividend ontvangen. Het inkomen van de dga is daardoor niet altijd gelijk aan de waarde van zijn of haar arbeid.

Een dga kan bijvoorbeeld na een ongeval hetzelfde salaris blijven ontvangen, terwijl de bv slechter presteert of extra kosten moet maken voor vervanging. Ook kan het gebeuren dat de bv nog winst maakt doordat werknemers het werk overnemen, terwijl de dga zelf minder inzetbaar is. In dat geval moet worden onderzocht of de schade zich voordoet op privé-niveau, op vennootschapsniveau of in beide sferen.

Bij de berekening wordt onder meer gekeken naar het gebruikelijk loon, de winstgevendheid van de bv, managementvergoedingen, dividendbeleid, de waarde van persoonlijke arbeid van de dga en de kosten van vervangende directie of externe ondersteuning. Ook kan relevant zijn of de onderneming door het ongeval minder hard groeit, opdrachten misloopt of minder verkoopwaarde heeft.

Bij dga’s is het belangrijk om niet te snel te concluderen dat er geen inkomensschade is omdat het salaris is doorbetaald. De economische schade kan verborgen zitten in lagere winstreserves, minder dividend, hogere personeelskosten of waardevermindering van de onderneming.

Hoe bereken je verlies van verdienvermogen bij een vennoot?

Bij een vennoot in een vof, maatschap of commanditaire vennootschap moet worden gekeken naar de onderlinge afspraken tussen de vennoten. De winstverdeling, arbeidsinbreng en verantwoordelijkheden zijn daarbij bepalend.

Als een vennoot door letsel minder kan werken, kan dat verschillende gevolgen hebben. De onderneming kan minder omzet draaien, de andere vennoten kunnen meer werk moeten doen, er kan personeel worden ingehuurd of de winstverdeling kan onder druk komen te staan. Soms blijft het winstaandeel tijdelijk gelijk uit coulance of omdat de afspraken dat voorschrijven, maar dat betekent niet automatisch dat er geen schade is.

De berekening vereist inzicht in het vennootschapscontract, de jaarstukken, de winstverdeling, de arbeidsuren van de vennoten en de rol van de benadeelde binnen de onderneming. Bij vrije beroepsbeoefenaren, zoals medisch specialisten, fysiotherapeuten, accountants of advocaten, kan ook de persoonlijke omzet of praktijkopbouw van belang zijn.

Een belangrijk aandachtspunt is dat de schade niet dubbel wordt geclaimd. Als de onderneming kosten maakt voor vervanging, en die kosten drukken al op het winstaandeel van de benadeelde, moet daarmee rekening worden gehouden. Tegelijkertijd mag de schade ook niet worden onderschat doordat andere vennoten tijdelijk extra werk hebben opgevangen.

Hoe zit het bij een eigenaar van een eenmanszaak?

Bij een eenmanszaak is er juridisch geen scheiding tussen de ondernemer en de onderneming. De winst uit onderneming is in beginsel het inkomen van de ondernemer. Toch is ook hier een nauwkeurige analyse nodig.

De winst kan door allerlei factoren worden beïnvloed: investeringen, afschrijvingen, voorraad, fiscale regelingen, zakelijke kosten, personeelskosten en economische ontwikkelingen. Daarom is het vaak onvoldoende om alleen de winst vóór en na het ongeval naast elkaar te leggen.

Bij een eenmanszaak wordt onderzocht hoeveel winst de ondernemer zonder ongeval waarschijnlijk zou hebben gemaakt, welke werkzaamheden hij of zij niet meer kan uitvoeren en welke kosten zijn gemaakt om het bedrijf draaiend te houden. Denk aan inhuur van personeel, uitbesteding van fysieke werkzaamheden, extra administratiekosten, aanpassing van de werkplek of verlies van klanten.

Soms blijft de omzet op peil, maar daalt de winst doordat meer kosten moeten worden gemaakt. Soms daalt juist de omzet, omdat de ondernemer opdrachten moet weigeren. In beide gevallen kan sprake zijn van verlies van verdienvermogen.

Welke gegevens zijn nodig voor de schadeberekening?

Voor een goede berekening zijn meestal veel documenten nodig. Denk aan jaarrekeningen, aangiften inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw-aangiften, loonadministratie, bankafschriften, opdrachtbevestigingen, offertes, agenda’s, urenregistraties, correspondentie met klanten, prognoses, ondernemingsplannen en gegevens over ingehuurde vervanging.

Daarnaast zijn medische en arbeidsdeskundige gegevens belangrijk. De financiële berekening kan pas goed worden gemaakt als duidelijk is welke beperkingen bestaan, welke werkzaamheden nog mogelijk zijn en wat de toekomstverwachting is. In complexere zaken wordt vaak een arbeidsdeskundige, bedrijfseconomisch deskundige of rekenkundige ingeschakeld.

Het gaat uiteindelijk om een redelijke en onderbouwde benadering. Zeker bij ondernemers kan de toekomst niet met wiskundige zekerheid worden vastgesteld. Wel moet de schadeclaim logisch, controleerbaar en goed gedocumenteerd zijn.

Belangrijke discussiepunten met de verzekeraar

Bij verlies van verdienvermogen van zelfstandigen ontstaan vaak discussies met de aansprakelijke verzekeraar. Veelvoorkomende discussiepunten zijn:

  • of de omzetdaling door het ongeval komt of door marktomstandigheden;
  • of de ondernemer zonder ongeval daadwerkelijk zou zijn gegroeid;
  • of de winst vóór het ongeval representatief was;
  • of bepaalde kosten zakelijk of privé zijn;
  • of vervangingskosten redelijk zijn;
  • of de ondernemer voldoende heeft gedaan om schade te beperken;
  • of fiscale voordelen of besparingen moeten worden verrekend;
  • hoe lang de inkomensschade doorloopt;
  • welke kapitalisatiefactoren en uitgangspunten worden gebruikt voor toekomstige schade.

Voor ondernemers kan zo’n discussie grote financiële gevolgen hebben. Een kleine wijziging in de uitgangspunten kan bij toekomstige schade leiden tot een groot verschil in de uiteindelijke schadevergoeding.

Waarom een gespecialiseerde belangenbehartiger belangrijk is

Juist bij ondernemers is het belangrijk om snel deskundige hulp in te schakelen. Een gespecialiseerde belangenbehartiger kan ervoor zorgen dat de juiste gegevens worden verzameld, dat de schade niet te beperkt wordt benaderd en dat de discussie met de verzekeraar op inhoud wordt gevoerd.

Daarbij verdient het aanbeveling om te kiezen voor een NIVRE Register-Expert Personenschade die werkt bij een kantoor met het Nationaal Keurmerk Letselschade. NIVRE Register-Experts Personenschade begeleiden letsel- en overlijdensschadezaken en adviseren over de hoogte van de schadevergoeding. Het Nationaal Keurmerk Letselschade geeft daarnaast een kwaliteitsindicatie voor organisaties die zich toetsbaar opstellen en aan kwaliteitseisen moeten voldoen.

Dat is relevant, omdat belangenbehartiging in letselschadezaken geen beschermd beroep is. Niet iedereen die zich letselschadespecialist noemt, beschikt over dezelfde opleiding, ervaring en kwaliteitsborging. Bij schade door verlies van verdienvermogen bij zelfstandigen kan onvoldoende deskundigheid ertoe leiden dat belangrijke schadeposten worden gemist of dat de berekening te eenvoudig wordt ingestoken.

Een goede belangenbehartiger kijkt verder dan de eerste omzetdaling. Hij of zij onderzoekt de bedrijfsstructuur, de fiscale positie, de arbeidsinzet, de toekomstverwachting en de praktische gevolgen voor de onderneming. Ook kan de belangenbehartiger beoordelen of een arbeidsdeskundige, accountant, bedrijfseconomisch deskundige of rekenkundige moet worden ingeschakeld.

Conclusie

Verlies van verdienvermogen bij zelfstandigen is een van de meest complexe schadeposten binnen letselschade. Bij een zzp’er, dga, vennoot of eigenaar van een eenmanszaak gaat het niet alleen om gemist inkomen, maar om de vraag welke verdiencapaciteit door het ongeval verloren is gegaan.

De berekening vraagt om een vergelijking tussen de situatie zonder ongeval en de situatie na ongeval. Daarbij moeten omzet, winst, arbeidsuren, bedrijfsstructuur, fiscale gevolgen, vervangingskosten en toekomstverwachtingen zorgvuldig worden meegewogen.

Voor zelfstandigen staat er vaak veel op het spel. Het gaat niet alleen om het inkomen van vandaag, maar ook om de continuïteit van de onderneming en de financiële toekomst. Daarom is gespecialiseerde rechtshulp essentieel. Een NIVRE-registerexpert, bij voorkeur werkzaam bij een kantoor met het Nationaal Keurmerk Letselschade, kan helpen om de schade zorgvuldig te onderbouwen en een volledige, redelijke compensatie te realiseren.

Luna Frieser

Wij helpen jou snel.

Wij nemen op werkdagen altijd binnen 24 uur contact met jou op. Echter begrijpen wij dat jij op zoek bent naar zekerheid in deze onzekere periode. Neem gerust contact met ons op via één van onderstaande mogelijkheden.

Wij staan voor jou klaar.

letsel@justera.nl
verkeer@justera.nl
Essebaan 67, 2908 LJ te Capelle aan den IJssel

Contactformulier

Bedankt, we nemen binnen 24 uur contact met je op.
Er is iets misgegaan, probeer het opnieuw